De deur ging open
door Samara Ik zeg weleens dat ik “verslaafd geboren” ben. Niet omdat ik met een spuit in mijn hand ter wereld kwam, maar omdat ik me vanaf mijn vroegste herinneringen al anders voelde. Alsof ik er niet helemaal tussen paste. Alsof ik op de verkeerde planeet was neergezet. Ik keek naar anderen en dacht: “Jullie lijken allemaal te weten hoe dit moet — ik niet.” Ik voelde me alsof ik hier niet vandaan kwam, maar tegelijkertijd snakte ik ernaar om erbij te horen. Die innerlijke kloof tussen anders zijn en er zo graag bij willen horen, knaagde jarenlang aan me. Het was een stille spanning die ik overal mee naartoe nam. Zelfs in gezelschap kon ik mij eenzaam voelen. Toen ik 17 was, kwam ik voor het eerst in aanraking met wiet. Het voelde toen niet als een groot keerpunt. Het was gewoon meedoen met de groep, nieuwsgierigheid, en diep van binnen de hoop dat ik even zou kunnen verdwijnen in iets wat groter was dan mijn eigen gevoel. De eerste joint was geen filmisch drama. Er was geen do...